|
Jezus ging met zijn twaalf discipelen waaronder ook Peterus naar de Olijfberg. Nadat Jezus ging bidden tot God en daarbij de discipelen in slaap vielen, kwam er een groep soldaten aan die hem stevig vastbonden en mee namen. Alleen Petrus ging hem achterna. In een huisje aangekomen, probeerden de Farizeërs hem tot veroordeling te krijgen. Ondertussen zat Petrus binnen en er kwamen drie mannen die aan hem vroegen: "jij bent toch die Petrus die volgeling van hem??", waarop Petrus antwoorde: "nee hoor, ik ken Jezus niet eens!" Toen hij dat driemaal gezegd had begon de haan te kraaien, waarbij Peteus zijn zwaard in de grond stak en zich erin stortte. Jezus werd aan het kruis genageld waaraan hij later stierf. Na 3 dagen stond hij weer op uit de doden.
De belangrijkste bron voor het nagaan van de gebeurtenissen rond lijden, sterven en opstanding van Jezus is de Bijbel, met name de vier evangeliën in het Nieuwe Testament. In Matteüs 26 -27, Marcus 14-15, Lucas 22-23 en Johannes 18-19 wordt deze geschiedenis beschreven. Bron: Wikipedia |